Veranderen door Bewegen


Ga naar inhoud

Reichiaans Lichaamswerk

Methodes


Reichiaans lichaamswerk gaat ervan uit dat er een verbinding is tussen psychische problemen, ongeuite emoties en lichamelijke spanningen.

Verschillende gebeurtenissen in onze jeugd -rond geboorte, het voeden, zindelijk en autonoom worden- kunnen leiden tot blokkades die zich vastzetten in het lichaam. De lichaamspantsering, die zo ontstaat, bepaalt voor een groot deel onze karakterstructuur. In psychotherapie wordt steeds meer de nadruk gelegd op lichaamswerk. Bijna alle vormen van lichaamsgerichte therapie gaan terug op de ideeën van Wilhelm Reich (1897-1957). Veel therapeuten die zich op zijn werk baseren, zoals Alexander Lowen, de grondlegger van bio-energetica, zijn bij Reich in therapie geweest.

Ademen is de motor van ons leven, een voortdurende bron om nieuwe zuurstof binnen te krijgen en oude afgewerkte stoffen ons lichaam te laten verlaten. Kleine ademhaling beperkt het leven. Grote, volledige ademhaling is niet alleen gezond maar laat ons ook gebruik maken van ons volledig levenspotentieel. In de loop van ons leven hebben we ervaringen gehad die ons beperken. Een tekort van iets op een bepaald moment; aandacht, warmte, enz. Beperkende overtuigingen kunnen ons, op een onbewust niveau, weerhouden om optimaal te leven. Pantsers: sommige beperkende ervaringen worden door het leven zelf opgelost. Als de ervaringen echter traumatisch zijn, zetten ze zich vast in het lichaam als pantsers. Het lichaam koos op dat moment de beste optie om iets te vermijden of iets na te streven. Het zette zich letterlijk schrap om erger te voorkomen. Deze pantsers zitten als lichaamsgeheugen in het weefsel en beperken ons o. a. om optimaal te ademen. Het beperkt ons in het vrij laten stromen van onze energie. Optimaal is dat de ademhaling ontspannen en moeiteloos verloopt, door het hele gebied. Als we kijken naar de ademhaling van een pasgeboren baby zien we de ideale situatie. Bijna het volledige lichaam maakt deel uit van de ademhaling.

Reichiaans ademwerk werkt met zeven spierpantsers rond de volgende gebieden: ogen, mond, slikspieren, borst, middenrif, onderbuik en bekken. Door de gebieden een voor een los te maken ontstaat een natuurlijke stroom van energie die terug te vinden is in de kwaliteit van de ademhaling. Mensen die meer ademen als ze gewend zijn, kunnen in het begin verschijnselen ervaren van trillingen in de handen en rond de mond. Voor gezonde mensen zijn deze ervaringen heel normaal. Het weefsel is nog niet gewend aan zoveel energie doorstroming. Het weefsel went zeer snel aan de nieuwe toestand en een verhoogde sensitiviteit kan een gevolg zijn.


VERANDEREN DOOR BEWEGEN | info@elw-martha.nl

Terug naar inhoud | Terug naar hoofdmenu